Terwijl het debat over 'schermtijd' blijft oplaaien, piept en kraakt de jeugdzorg. Wachtlijsten lopen op en intussen blijft de vraag naar hulp groeien. Mentale problemen onder jongeren zijn de afgelopen jaren fors gestegen, maar de broodnodige hulp kan niet altijd op tijd geboden worden.
Wij wijzen vaak naar de telefoon. De smartphone is een comfortabele en tastbare boosdoener. Toch lijkt de wetenschap de andere kant op te wijzen.
Neuropsycholoog Jennifer Pfeifer haalt in haar TEDx-talk een meta-analyse aan over de correlatie tussen social mediagebruik en tienerdepressie.
Een meta-analyse vat de resultaten samen van alle beschikbare onderzoeken over een bepaald onderwerp. Het is het beste middel dat we hebben tegen wetenschappelijke waan van de dag.
Het effect is verrassend laag! We hebben 20% basisrisico en social mediagebruik zorgt voor een lichte risicoverhoging (naar 23%). Corrigeer je voor andere risicofactoren, dan verdwijnt het effect vrijwel helemaal. Social media blijkt een marker, geen oorzaak. Ook Nederlands onderzoek (Universiteit Utrecht) komt tot dezelfde conclusie: intensief social media gebruik hangt gemiddeld genomen niet samen met mentale problemen.
Hier schrok ik wel van, want de aanname dat jongeren psychisch lijden onder social media heerst.
Wat zijn dan wél significante risicofactoren voor depressie volgens Pfeifer?
Pestgedrag verdubbelt het risico op depressie bij jongeren;
Mentale klachten bij ouders vergroten het risico zelfs 3,5 keer.
🧠 Ook opvallend: een tiener met hechte vriendschappen houdt bij vier à vijf uur schermtijd per dag nog steeds 90%+ kans op goede mentale gezondheid.
De grootste beschermfactor is geen app die we 'uit kunnen zetten'.
Het zijn mensen die dicht genoeg bij een tiener staan om hem of haar op te vangen.
Dat betekent niet dat schermtijd onschuldig is. Er zijn vroege aanwijzingen dat veel schermgebruik de hersenontwikkeling beïnvloedt, maar social media als directe verklaring voor de mentale gezondheidscrisis onder jongeren houdt voor alsnog geen stand.
Pfeifer zegt het zelf: was het antwoord maar zo simpel als de telefoon uitzetten. Als we al onze aandacht daarop richten, lossen we wellicht het verkeerde probleem op, terwijl het échte probleem urgenter wordt.
En er is nóg iets dat we missen. We hebben als samenleving de neiging om tieners te onderschatten. Dat begint bij hoe we naar hun brein kijken.
Het idee dat tieners een "onaf brein" hebben en daarom slechte beslissingen nemen? Dat is overal. Pfeifer laat zien dat het genuanceerder ligt. Ja, het brein ontwikkelt zich door tot halverwege de twintig (en misschien nog wel verder volgens recente onderzoeken!).
Rond hun zestiende kunnen jongeren echter al weloverwogen beslissingen nemen die vergelijkbaar zijn met die van volwassenen. Mits ze de tijd en ruimte krijgen om na te denken.
Denk daar eens over na. Niet het brein schiet tekort. De omstandigheden doen dat.
Het tienerbrein is namelijk niet onaf. Het is precies afgestemd op wat deze levensfase vraagt: exploratie, snel leren van beloning en gevoeligheid voor sociale status. Wij zien dat vaak als zwaktes. Het zijn krachten. Precies op het moment dat identiteit, onafhankelijkheid en nieuwe relaties buiten het gezin centraal staan.
Wetenschappelijk gezien loopt adolescentie niet tot 18, maar tot ±25 jaar. Dat betekent dat ook jouw mbo-studenten en eerstejaars hbo'ers zich midden in dit proces bevinden. Ze zijn niet "volwassen en lui". Ze zijn neurologisch nog volop in ontwikkeling. Die wetenschap vraagt iets van ons als onderwijsprofessionals: geduld, begrip en de bereidheid om verder te kijken dan het gedrag dat we zien.
Hoe zorgen we dat elke tiener genoeg mensen om zich heen heeft die hem of haar écht zien? Dát is de investering die werkt.
De kring om een tiener heen versterken kost geen budget; het kost aandacht. En dat begint bij een simpele vraag: zie ik deze jongere écht? Of zie ik alleen het gedrag? Als je één ding meeneemt uit dit artikel, laat het dit zijn. De volgende keer dat je je zorgen maakt over de telefoon van een tiener, kijk dan eerst naar wie er om die tiener heen staat.