102 cijfers per jaar.
Dat is het aantal cijfers dat een gemiddelde leerling in het voortgezet onderwijs krijgt. 2,5 summatieve beoordelingen per week. Johannes Visser schrijft het op de flaptekst van zijn boek: "...scholen zijn cijferfabrieken geworden". En hij heeft een punt.
Het cijferdebat is van alle tijden. Maar wie de wetenschap erbij pakt, merkt al snel dat het geen eenduidig debat is.
Tegenstanders zeggen: cijfers geven leerlingen geen informatie om beter te worden, ze ondermijnen de intrinsieke motivatie en schaden het (mentale) welzijn.
Voorstanders zeggen juist: cijfers zijn nodig voor selectie, ze voorspellen toekomstig succes en zonder cijfers zakken de prestatienormen.
Wie er gelijk heeft, hangt maar net af van welk onderzoek je erbij pakt. Stellig discussiëren vanuit voor of tegen laat overigens weinig ruimte voor nuance.
In april 2026 verscheen er een groot onderzoek in Educational Psychology Review dat precies deze nuance probeert te bieden.
Dit onderzoek bestaat uit twee delen.
Eerst het literatuuronderzoek. De onderzoekers analyseerden 136 eerdere studies waarin het cijferdebat centraal stond.
Ze vonden drie terugkerende theoretische pijlers.
Motivatieonderzoek. Met de zelfdeterminatietheorie in het achterhoofd, wordt gesteld dat cijfers de autonomie ondermijnen en daarmee de intrinsieke motivatie verlagen. Een cijfer is dan een externe beloning die de aandacht van het leren zelf afleidt. Maar hier mist vaak een belangrijke nuance: diezelfde theorie laat ook zien dat extrinsieke motivatie over tijd kan internaliseren. Wat begint als "ik leer voor een goed cijfer," kan uitgroeien tot iets dat nauwelijks van intrinsieke motivatie te onderscheiden is. Daarnaast zijn er onderzoekers die cijfers beschouwen als een "noodzakelijk kwaad"; niet ideaal, maar realistisch, omdat leerlingen niet áltijd (zeg gerust zelden uitsluitend intrinsiek gemotiveerd zijn.
Feedback- en toetsingsonderzoek. Cijfers worden gezien als summatieve feedback: ze geven een beeld van eerdere prestaties, maar helpen niet vooruit. Formatieve feedback (denk aan feed up, feed back en feed forward) biedt meer informatie en is effectiever. Meta-analyses laten zien dat informatierijke feedback veel grotere effecten heeft op leren dan feedback op persoonsniveau, waar een cijfer onder valt. Maar ook hier: een verrassend groot deel van de studies vindt helemaal geen effect van formatieve feedback. De praktijk is dus niet zwart-wit.
Onderzoek naar wat cijfers eigenlijk meten. Cijfers correleren slechts matig met gestandaardiseerde toetsen. Docenten wegen vaak niet alleen prestaties mee, maar ook inzet en houding. En cijfers zijn gevoelig voor bias: het halo-effect, discriminatie op basis van achtergrond of geslacht, en het referentiekader dat een docent hanteert. In een sterke klas krijg je voor hetzelfde werk een lager cijfer dan in een zwakke klas. Tegelijkertijd, en dit wordt in het debat soms vergeten, voorspellen cijfers wél langetermijnuitkomsten. Soms zelfs beter dan gestandaardiseerde toetsen.
De conclusie uit al die literatuur? Zoals verwacht: gemengd bewijs. Beide kanten (vóór of tegen cijfers) kunnen onderzoek aanhalen dat hun gelijk steunt.
Dan het tweede deel van het onderzoek.
De onderzoekers onderzochten wat er daadwerkelijk verandert als je cijfers afschaft in échte scholen. Geen lab, geen gecontroleerde setting, maar gewone basisscholen met gewone docenten en gewone leerlingen.
Het onderzoek vond plaats in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. 75 basisscholen deden mee: 35 scholen schaften cijfers af, 40 scholen gaven gewoon cijfers. In totaal werden 2.342 leerlingen twee jaar gevolgd, van het begin van groep 4 tot het einde van groep 5.
De cijfervrije scholen vervingen de traditionele cijfers (in Duitsland een schaal van 1 tot 6) door drie dingen.
Competentieroosters. Leerlingen kregen per vak gedetailleerde feedback op vooraf gedefinieerde leerdoelen, op een vierpuntsschaal van "hier moet je nog aan werken" tot "je bent een expert."
Leerontwikkelingsgesprekken, minimaal twee keer per jaar.
Formatieve feedback gedurende de lessen.
De onderzoekers maten tien uitkomsten: prestaties in lezen en rekenen, zelfbeeld in Duits en wiskunde, interesse in Duits en wiskunde, prestatieangst, leerplezier, welbevinden op school en ervaren ondersteunend klasklimaat. Dat is een breed palet, want ze keken dus niet alleen naar prestaties, maar ook naar hoe leerlingen zich voelden.
Resultaten
Op 9 van de 10 uitkomsten werd geen significant verschil gevonden tussen de twee groepen. Niet in prestaties. Niet in welzijn. Niet in zelfbeeld. Niet in prestatieangst.
Sterker nog: de onderzoekers gingen een stap verder dan de meeste studies. Ze gebruikten Bayes-analyses om te bepalen of het ontbreken van een verschil betekent dat er echt geen effect is, of dat ze simpelweg niet genoeg data hadden om het te vinden. Die analyses lieten actief zien dat het verschil er hoogstwaarschijnlijk echt niet is.
Het enige lichte signaal: leerlingen op cijfervrije scholen rapporteerden in sommige analyses een iets hogere interesse in wiskunde.
De onderzoekers keken ook of het effect anders was voor leerlingen die bij aanvang hoog of laag presteerden. Het antwoord: nee. Er waren geen significante interacties tussen het prestatieniveau van leerlingen en het al dan niet ontvangen van cijfers.
Conclusie
Cijfers afschaffen leverde geen brede verbeteringen op. Maar zonder cijfers stortte er ook niks in. Een zeer interessante conclusie.
Dit is een waardevol onderzoek, maar er zijn een paar dingen die ik wil aanhalen.
De docenten op de scholen waar cijfers werden afgeschaft, kregen vrijwel geen professionalisering in formatieve feedback. Ze moesten het grotendeels zelf uitzoeken. De kwaliteit van wat er in de klas gebeurde kan dus enorm hebben gevarieerd. We weten daardoor niet of het gebrek aan effect komt doordat formatieve feedback niet werkt, of doordat het niet goed genoeg werd uitgevoerd. Dat is een cruciaal verschil.
Scholen kozen zelf of ze mee wilden doen. Dat betekent dat er geen volledige randomisatie was. Er is statistisch gecorrigeerd voor beginverschillen, maar je kunt niet uitsluiten dat er ongemeten factoren meespeelden.
En tot slot: dit onderzoek werd gedaan op Duitse basisscholen, bij leerlingen van 7 tot 9 jaar. In het voortgezet onderwijs kunnen de effecten anders uitvallen. Twee jaar is bovendien relatief kort. Een echte cultuurverandering in de klas heeft tijd nodig.
Dit onderzoek laat zien dat simpelweg cijfers weghalen geen wondermiddel is, maar het laat ook zien dat de wereld niet vergaat als je het doet.
De echte vraag is misschien nooit geweest: cijfer of geen cijfer.
De echte vraag is: welke feedback helpt een leerling écht vooruit?